Verdringing door of uitwisselbaarheid met vrijwilligerswerk

14 februari 2017

De Erasmus Universtiteit heeft in opdracht van het Wetenschappelijk Bureau 50PLUS een onderzoek uitgevoerd naar de waarde van vrijwilligerswerk door ouderen, maar ook een beoordeling gegeven van uitwisselbaarheid met en verdringing van betaalde arbeid (en vice versa). Vooral het laatste raakt al tijden een open zenuw in de Nederlandse maatschappij. Vereniging NOV heeft een duidelijk standpunt over of vrijwilligers betaalde medewerkers mogen vervangen. Het onderzoek van Lucas Meijs, Kirsten Parren en Frans-Joseph Simons geeft geen uitsluitsel, maar wel inzicht in het vraagstuk van verdringing (door markt en overheid).

'Snel' een indruk opdoen

Je kunt hier het hele onderzoeksrapport downloaden en dat is voor hen die nog lange stukken kunnen lezen echt de moeite waard. Hieronder geven we verkort de beoordeling van verdringing weer, maar het blijft wetenschappelijk! Even doorbijten dus.

Alles wat betaald is, doen vrijwilligers ook

Uit het rapport: “De grote aantallen vrijwilligers die in onze samenleving actief zijn en de daaraan verbonden economische waarde hebben als potentieel nadeel dat daarmee betaald werk wordt verdrongen. Tegelijkertijd zal het voor iedereen duidelijk zijn dat deze verdringing bij een vrijwillige voetbaltrainer bij de F4 heel anders is dan bij een vrijwilliger van een bibliotheek. In dit onderzoek is deze intuïtieve vraag geadresseerd door het ontwikkelen van een benadering van uitwisselbaarheid en verdringing. Onder uitwisselbaarheid wordt verstaan dat vrijwilligers en beroepskrachten dezelfde activiteiten kunnen uitvoeren. Uitwisselbaarheid is daarmee een neutrale term, waarvoor geldt dat eigenlijk iedere activiteit die ergens betaald en beroepsmatig wordt uitgevoerd in een andere context onbetaald en vrijwillig wordt uitgevoerd. Op basis daarvan kan duidelijk worden vastgesteld dat vrijwilligerswerk geen functieomschrijving is, maar een typische beloningsstructuur (geen geld).” [Welke beloning haal jij uit vrijwilligerswerk?]

“Verdringing daarentegen is een beoordeling van de consequenties [gevolgen] van de uitwisselbaarheid.”

In het rapport hebben de onderzoekers het over meerdere manieren om naar vrijwilligerswerk te kijken. Lees snel verder.

Wat alleen vrijwilligers kunnen

Uit het rapport: “In het specifiek toegevoegde waarde perspectief wordt, gebaseerd op de inhoudelijke verschillen tussen vrijwilligerswerk en betaald werk, een interventie opgeknipt in delen die beter door vrijwilligers en beter door beroepskrachten kunnen worden gedaan. Deze benadering leidt tot een fundamentele mogelijkheid van ONuitwisselbaarheid van beroepskrachten en vrijwilligers. En met het benoemen van niet uitwisselbare activiteiten is vanzelfsprekend verdringing geen issue meer.”

Wat (niet) voor handen is

Uit het rapport: “Het specifieke waarde perspectief staat in contrast tot het schaarste perspectief dat vaak onder vervanging en verdringing zit: bij te weinig geld of voldoende geschikte vrijwilligers worden beroepskrachten vervangen, bij voldoende budget of lastig te werven vrijwilligers worden beroepskrachten aangenomen."

"Als deze eerste (theoretische) beoordeling van (on)uitwisselbaarheid van de activiteiten leidt tot de conclusie dat beroepsmatig en vrijwillig werk vergelijkbare waarde creëren, en dat zal waarschijnlijk in veel situaties het geval zijn, moet de uitwisselbaarheid in een context worden gezet.”

“Zo zal er in een organisatie waarin alleen vrijwilligers werken, bijvoorbeeld een sportvereniging, veel minder snel sprake zijn van ongewenste verdringing. De contexten die een rol spelen in de beoordeling zijn:

  • de doelstelling (service delivery, mutual support, campaigning)
  • de maatschappelijke positionering (civil society, markt en overheid)
  • het georganiseerde verband (door vrijwilligers ondersteund, door vrijwilligers gestuurd, door vrijwilliger georganiseerd)
  • de begunstigde van de kostenbesparing (vrijwilliger zelf, cliënt /leden, marktpartij, verzekeraar, overheid, etc.)”

 

Per context kan vervolgens een deelredenering worden gemaakt over de mate van uitwisselbaarheid en de ernst van de verdringing.”

Hieronder zie je in de tabel een samenvatting, maar in het rapport staat dit per zienswijze. Klik op de tabel om hem te vergroten.

tabel10resultatenpercontext

Wat de onderzoekers benadrukken

Uit het rapport: “Vooralsnog zijn geen uitspraken te doen over de onderlinge verhouding van de verschillende contexten, maar als laatste fase in dit onderzoek is het wel mogelijk om vervolgproposities te maken over de extreme opties.”

Hoog risico

“Zo is het risico op ongewenste verdringing groot in een vrijwilligers-ondersteunde, service delivery organisatie die niet behoort tot de civil society maar tot de markt of de overheid en waarbij de kostenbesparing vooral relevant is voor die overheid of bijvoorbeeld een verzekeraar.”

Laag risico

“Andersom is het risico op ongewenste verdringing laag in een vrijwilligers-gestuurde of –georganiseerde mutual support organisatie waarbij de kostenbesparing direct terecht komt bij de vrijwilliger zelf. Even zo geldt dat, naast het toegevoegde waarde perspectief, ook zelfwerkzaamheid van vrijwilligers niet of nauwelijks kan leiden tot uitwisselbaarheid en daarmee ongewenste verdringing.”

Kort samengevat: Overheid, pas op je tellen!

 

Het onderzoek is uitgevoerd door:

Prof. dr. Lucas Meijs
Kirsten Parren MSc, MA
Frans-Joseph Simons MSc, MA

Van de vakgroep Business-Society management van Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit.

In opdracht van het Wetenschappelijk Bureau 50PLUS